“Ik wil een betere versie van mezelf worden.”
Dat was de vraag waarmee Kai* bij mij kwam voor coaching. Kai werkt als teamlead bij een servicedesk. Hij is betrokken, klantgericht en legt de lat hoog. Voor zichzelf én voor zijn team. Daarnaast draait hij zelf volop mee in de operatie. Veel dynamiek. Veel hectiek. Veel ballen tegelijk in de lucht. Iets waar hij jarenlang goed in is geweest. Tot een paar maanden geleden. Langzaam begon de stress op te lopen. Zijn energie nam af. Zijn incasseringsvermogen werd kleiner. Hij had steeds vaker het gevoel dat hij niet meer kon voldoen aan alle verwachtingen die op hem afkwamen. Zijn werkgever vroeg mij om hem te coachen. Toen ik hem vroeg wat hij wilde, had hij een duidelijk lijstje klaar:
Logische ontwikkeldoelen. Maar we kwamen ergens anders uit.
De valkuil van betrokken leiderschap
We begonnen met het onderzoeken van zijn denkpatronen en overtuigingen. Al snel werd iets zichtbaar. Kai is sterk gericht op anderen. Hij wil mensen helpen. Hij wil aardig gevonden worden. Hij past zich gemakkelijk aan en baseert veel van zijn beslissingen op wat anderen nodig hebben. Dat maakt hem een prettige collega en een betrokken leidinggevende. Hij is empathisch. Voelt goed aan wat mensen nodig hebben. Staat altijd klaar om te helpen. Maar ergens onderweg was hij daarin doorgeschoten. Hij kende de grenzen van iedereen, behalve die van zichzelf. Daardoor kwamen nieuwe vragen op tafel:
In plaats van direct aan timemanagement of communicatie te werken, gingen we eerst een laag dieper. Wat zijn jouw waarden? Wat maakt jouw leven werkelijk waardevol?
Een onverwachte spiegel
Tijdens dat gesprek kwam iemand onverwacht centraal te staan. Zijn zoontje. Kai vertelde hoe hij hem iedere avond met plezier voorlas. Hij wilde hem alles meegeven om later sterk, zelfstandig en gelukkig in het leven te staan. Ik stelde hem de vraag: Wat geef je hem eigenlijk mee met jouw voorbeeldgedrag? Het bleef even stil. Want het antwoord was confronterend. Op zijn werk cijferde Kai zichzelf voortdurend weg. Hij wilde niemand teleurstellen. Hij nam problemen van anderen over. Probeerde iedereen tevreden te houden en nam steeds meer verantwoordelijkheid op zijn eigen schouders. Maar dat was niet wat hij zijn zoon wilde leren. Hij wilde juist dat zijn zoon later voor zichzelf opkomt, zijn grenzen kent en zijn eigen keuzes durft te maken. En ineens zag hij de tegenstelling. Het gedrag dat hij zijn zoon wilde meegeven, leefde hij zelf niet voor. Dat werd het keerpunt.
Ruimte geven in plaats van overnemen
Vanaf dat moment begon Kai kleine dingen te veranderen. Hij zei vaker nee. Hij sprak medewerkers aan op hun verantwoordelijkheden. Hij delegeerde meer. Hij gaf mensen met potentie de ruimte om zelfstandiger te werken. Dat voelde in het begin ongemakkelijk. Alsof hij de controle losliet. Maar hij merkte ook dat zijn eigen werkdruk realistischer werd. Hij kreeg weer lucht. En binnen het team begon ook iets te veranderen. Langzaam ontdekte Kai dat hij eigenlijk te dicht op zijn mensen zat. Onbedoeld had hij iets gecreëerd wat veel leidinggevenden zullen herkennen. Geen eigenaarschap, maar volgers. Omdat hij altijd klaarstond om problemen op te lossen, hoefden anderen dat minder zelf te doen. Toen hij een stap terug deed, ontstond er ruimte. En in die ruimte kon groei ontstaan. Medewerkers namen meer verantwoordelijkheid en ontwikkelden zich sneller. De samenwerking verbeterde. De lat ging voor hemzelf iets omlaag en voor het team iets omhoog.
FAIL
Dat proces verliep niet zonder vallen en opstaan. Maar Kai hield zichzelf een belangrijke gedachte voor: FAIL = First Attempt In Learning. Wie had gedacht dat hij dat van zijn zoontje zou leren? Kai realiseerde zich dat zijn zoon nooit had leren lopen als hij hem steeds had opgetild zodra hij viel. Of als hij voortdurend zijn hand had vastgehouden. Kinderen leren lopen door te vallen en weer op te staan. Zijn zoontje werd zijn metafoor voor leiderschap. Voor ruimte geven. Voor fouten mogen maken. Voor verantwoordelijkheid laten waar die hoort.
Boze bui
En er gebeurde nog iets. Waar Kai jarenlang zijn eigen emoties had weggeduwd, begon hij ze nu toe te laten. Niet in de vorm van een “boze bui” zoals bij zijn zoontje. Maar als signalen. Signalen die hem vertelden wanneer hij te ver afweek van wat voor hem belangrijk was. Zo ontdekte hij zijn eigen innerlijke kompas. En leerde hij zijn grenzen herkennen én bewaken.
Leiderschap van binnenuit
Na een paar maanden was zijn energie terug. Hij werkt nu met een team waarin mensen meer eigenaarschap nemen, beter samenwerken en met meer plezier werken. En het mooie? We hebben nauwelijks gewerkt aan timemanagement of communicatietechnieken. We gingen een laag dieper. Naar overtuigingen. Naar waarden. Naar leiderschap van binnenuit. Hier lag de oplossing. Niet in nieuwe vaardigheden, maar in de vraag of je leeft naar je waarden. En soms kan een peuter je daar verrassend veel over leren.
Dit was blog 8 van de serie ‘21 jaar coaching | 21 verhalen‘.
Volgende week verschijnt blog 9: ‘Kapitein op eigen schip‘, Hij dacht serieus aan vertrekken. Tot hij ontdekte dat hij zelf aan het roer stond.
Bekijk hier het blogoverzicht.