Kapitein op eigen schip

kapitein die uit het raam kijkt

“Ik denk er serieus over na om weg te gaan.”

Herman* zucht terwijl hij tegenover me zit. Hij werkt op de inkoopafdeling van een technische groothandel. In zijn vrije tijd is hij het liefst op zijn kruiser. Hij brengt er vrijwel ieder vrij moment door: varend over de Nederlandse binnenwateren of klussend aan boord. Inhoudelijk vindt Herman zijn werk interessant. Maar één ding kost hem enorm veel energie. Zijn collega Theo. Voordat Herman begon, had bijna iedereen hem al gewaarschuwd. “Pas maar op, Theo is niet de makkelijkste”.

Dat gaat niet werken
Herman dacht dat het wel mee zou vallen. Hij is van nature optimistisch. Maar het viel helaas niet mee. Theo werkt al jarenlang bij het bedrijf. Hij kent de organisatie door en door. Maar hij staat ook bekend als een brompot. Bij nieuwe ideeën reageert hij vaak hetzelfde. “Dat gaat niet werken. Dat hebben we jaren geleden al geprobeerd. Daar begin ik niet aan.” Theo werkt het liefst zelfstandig. Overleggen doet hij alleen als het echt moet. Samenwerken kost hem zichtbaar moeite. Voor Herman, die juist graag verbinding zoekt, voelde dat als trekken aan een dood paard. Langzaam begon het hem steeds meer energie te kosten. En dat kwam bovenop andere uitdagingen. Een lange reistijd, een druk gezinsleven. De optelsom werd te groot. Hij voelde zich moe. Overbelast. En steeds vaker gefrustreerd. Zijn manager zag het gebeuren en stelde coaching voor.

Waarom raakt dit me zo?
Aan het begin van het traject formuleerde Herman twee doelen:

  • minder stress ervaren
  • de samenwerking verbeteren

Daarnaast wilde hij iets ontwikkelen waar hij al langer tegenaan liep; assertiviteit. Niet omdat hij ruzie wilde maken. Integendeel. Herman gelooft sterk in wat hij zelf noemt: ‘De fluwelen handschoen.’ Respectvol blijven, verbinding houden, aandacht voor de relatie. Prachtige kwaliteiten. Maar soms slaan kwaliteiten door. En precies dat gebeurde hier.

De dramadriehoek
Tijdens een van onze gesprekken pakten we de dramadriehoek erbij. Een model dat laat zien hoe mensen soms onbewust vastlopen in patronen van:

  • Redder
  • Slachtoffer
  • Aanklager

Toen Herman naar zijn eigen gedrag keek, zag hij dat hij voortdurend heen en weer bewoog tussen de rol van redder en aanklager. Aan de ene kant verdedigde hij Theo. “Hij bedoelt het niet verkeerd. Hij heeft het ook niet makkelijk.” Hij maakte zich zorgen om Theo en probeerde de relatie goed te houden. Hij paste zich aan en nam extra werk op zich. Maar ondertussen gebeurde er ook iets anders. Hij werd boos, gefrustreerd, geërgerd. Want diep van binnen vond hij dat Theo de kantjes ervan afliep. Dat hij onvoldoende investeerde in de samenwerking. En dat maakte hem een aanklager. Vooral in zijn hoofd. En dat kostte hem veel energie.

Kapitein van mijn eigen schip
Op een gegeven moment zei Herman iets dat ons traject een ‘boost’ gaf. Hij gebruikte een metafoor die rechtstreeks uit zijn eigen wereld kwam. Ik ben eigenlijk de kapitein van mijn eigen schip. Ik vroeg hem wat hij daarmee bedoelde. Hij dacht even na en zei toen: Maar ik vaar de moeilijkste havens altijd voorbij. Feedback geven, wensen uitspreken, grenzen aangeven, lastige gesprekken voeren. Dat waren zijn moeilijke havens. Hij wist dat ze bestonden. Maar hij koos liever een andere route. Toen glimlachte hij. Met jou als loods aan boord durf ik misschien toch ook wel deze havens in. Dat bood nieuwe ontwikkelruimte in ons traject. 

De haven binnenvaren
We gingen oefenen met assertieve communicatie en het geven van constructieve feedback. Niet agressief, niet verwijtend. Gewoon duidelijk en respectvol. Precies zoals Herman wilde. Uiteindelijk besloot hij het gesprek met Theo aan te gaan. Niet vanuit frustratie, maar vanuit volwassenheid. En tot zijn verrassing luisterde Theo. Sterker nog. Theo leek er wel respect voor te hebben. Voor het eerst liet Herman zien waar zijn grenzen lagen. Wat hij nodig had en wat hij verwachtte van de samenwerking.

Ik ben een professional
Tijdens het traject ontstond een nieuwe affirmatie. Een zin die Herman hielp om steviger te staan. “Ik ben een professional met 25 jaar ervaring.” Die zin hielp hem om zichzelf telkens weer te herinneren dat hij geen toestemming nodig had. Dat hij een ervaren professional is. Langzaam veranderde er wat bij Herman. Hij werd meer ontspannen en zelfverzekerder. En opmerkelijk genoeg veranderde ook Theo. Hij werd positiever en hield meer rekening met Hermans wensen. Iets wat niemand had verwacht.

Van dramadriehoek naar winnaarsdriehoek
Wat er eigenlijk gebeurde, was dat Herman de overstap maakte van de dramadriehoek naar de winnaarsdriehoek. Hij stopte met redden en aanklagen. En begon vanuit volwassenheid te kijken. Niet: “Hij moet veranderen”, maar: “Wat kan ik zelf doen? Welke keuzes heb ik in deze situatie?”

Welke koers wil ik varen?
Wat mij aanspreekt in dit traject, is dat Herman aanvankelijk dacht dat Theo het probleem was. Begrijp me goed: Theo werd niet ineens de ideale collega. Maar dat hoefde ook niet. De grootste verandering vond plaats bij Herman. Hij ontdekte dat hij zelf aan het roer stond. Dat hij invloed had op hoe hij reageerde en welke koers hij koos. Eigenaarschap betekent niet dat je de zee kunt beheersen of andere schepen kunt laten veranderen. Wel dat jij bepaalt hoe je stuurt. En zo kan ook (of juist ) een brompot ons iets waardevols leren over eigenaarschap.

*Namen, herkenbare details en omstandigheden zijn aangepast om de privacy van mijn coachees te waarborgen.

Dit was blog 9 van de serie 21 jaar coaching | 21 verhalen

Volgend week verschijnt blog 10: “Ik ben gestuurd!¨ Wat er kan gebeuren als iemand die écht niet op coaching zit te wachten, tóch gaat zitten. 

Bekijk hier het blogoverzicht.