Je fronst!

afbeelding van een vrouw die verwijtend haar vinger uitsteekt naar een gesprekspartner

“Je fronst!”

Miranda* zegt het hard. Bijna verwijtend. Ze leunt naar voren. Haar blik is fel. Ik schrik. Niet omdat ze het zegt. Maar omdat ik ineens besef wat er al een paar gesprekken gebeurt. Ik ben voorzichtig geworden. Te voorzichtig.

Dit is een van de coachtrajecten uit mijn eerste jaren als coach die me altijd is bijgebleven. Zoals zoveel ervaringen heeft ook dit traject mijn manier van coachen gevormd.

Miranda werkte als systeembeheerder. Ze was briljant in haar vak. Ze zag razendsnel waar een storing zat. Kon complexe systemen analyseren alsof het niets was. Collega’s bewonderden haar vakkennis. Tenminste… op haar goede dagen. Dagen waarop ze zonder dat iemand het vroeg ’s avonds en in het weekend doorwerkte. En er waren andere dagen. Dan verscheen ze niet op haar werk. Reageerde nergens op. Ze bleef thuis, met de gordijnen dicht. In pyjama. Soms dagen achter elkaar. Haar leidinggevende zat met zijn handen in het haar. Kun jij iets voor haar betekenen?

We gingen aan de slag
Tijdens onze intake ontmoette ik een vriendelijke, enthousiaste vrouw. Intelligent, nieuwsgierig, gemotiveerd. Ze wilde zichzelf beter leren kennen. Meer begrijpen waarom ze soms zo overspoeld raakte. Dat klonk als een mooie coachvraag. Dus we gingen aan de slag. Met oefeningen, reflectie en feedback. Maar gaandeweg merkte ik dat telkens als ik een vraag stelde die iets dichterbij kwam, Miranda onverwacht fel reageerde. Soms boos. Soms wantrouwend. Ik merkte dat ik minder vragen ging stellen. Mijn woorden zorgvuldiger koos. Voorzichtiger werd. Ik zag daar toen nog niet direct een belangrijk signaal in. Inmiddels weet ik beter. Wanneer ik tijdens een coachtraject merk dat ik op eieren begin te lopen, word ik alert. Juist deze ervaring met Miranda heeft me geleerd om dat gevoel serieus te nemen.

Hard met hart
Want coaching vraagt om openheid. Om eerlijk te kunnen spiegelen. Soms confronterend. Maar altijd vanuit de intentie om iemand verder te helpen. Ik noem dat ook wel: hard met hart. Als dat niet meer lukt, stel ik mezelf tegenwoordig de vraag: Wat gebeurt hier eigenlijk? Bij Miranda kwam dat besef tijdens een gesprek waarin ze uitgebreid vertelde over alles wat ze had ontdekt. Haar gedachten buitelden over elkaar heen. Ik probeerde structuur aan te brengen. Vatte samen en parafraseerde, zoals ik zo vaak deed. Ineens onderbrak ze me. Je fronst! Het was geen vraag. Het was een beschuldiging.

Dit werkte niet meer
Op dat moment wist ik het. Dit werkte niet meer. Ik haalde diep adem en zei iets wat ik moeilijk vond. Miranda, ik maak me zorgen om je. Ik denk dat er meer speelt dan waar ik je als coach bij kan helpen. Ze keek me verbaasd aan. Ik vertelde haar eerlijk wat ik merkte. Dat ik op eieren was gaan lopen. Dat ik bang was om iets verkeerds te zeggen. Dat coaching alleen werkt als we samen nieuwsgierig kunnen onderzoeken. En dat ik voelde dat er zoveel angst en innerlijke onrust bij haar aanwezig was, dat ik dacht dat andere hulp op dat moment beter paste. Ik vroeg haar of ze ervoor openstond om via de huisarts met een psycholoog te praten.

Falen
Ik vond dit moeilijk voor haar, maar ook voor mij. Want eerlijk gezegd voelde het als falen. Alsof ik haar niet had kunnen helpen. Gelukkig had ik een intervisiegroep. Samen bespraken we de situatie. Dat hielp enorm. Een paar maanden later ontving ik een e-mail van Miranda. Ze bleek inderdaad doorverwezen te zijn en had inmiddels een diagnose gekregen. Ze was gestart met een behandeling bij een psycholoog. Langzaam ging het beter. Stapje voor stapje.

To coach or not to coach
Ik ben dat coachtraject nooit vergeten. Niet omdat het mislukte, maar omdat het me iets belangrijks heeft geleerd en mijn manier van coachen mede heeft gevormd. Soms zit de kracht van een coach niet in doorgaan, maar juist in stoppen. Niet omdat je opgeeft, maar omdat iemand op dat moment iets anders nodig heeft. Als trainer/opleider van coaches noem ik dat ‘to coach or not to coach’. Het Engelse woord coach betekent oorspronkelijk koets. Voor mij is dat een mooie metafoor: hoe ver kun je iemand meenemen in jouw koets? Soms kom je op een punt waarop jouw deskundigheid of vaardigheden niet meer passen bij wat iemand nodig heeft. Dan hoeft de reis niet te stoppen. Alleen jouw koets gaat niet verder. In het begin van mijn loopbaan dacht ik dat doorverwijzen betekende dat ik tekort was geschoten. Deze ervaring heeft me geholpen daar anders naar te kijken. Je eigen grenzen kennen én ernaar handelen is misschien wel een van de belangrijkste professionele vaardigheden die je als coach kunt hebben.

Signalen
Sindsdien zijn er twee signalen waarop ik bij mezelf extra alert ben:

  • Wanneer ik buikpijn krijg vóór een gesprek.
  • Wanneer ik merk dat ik op eieren ga lopen en niet meer alles durf te zeggen wat volgens mij gezegd moet worden.

Dan weet ik: tijd om niet alleen naar mijn coachee te kijken, maar ook mijn eigen signalen als coach serieus te nemen.

 

*Namen, herkenbare details en omstandigheden zijn aangepast om de privacy van mijn coachees te waarborgen.

Dit was blog 12 van de serie ‘21 jaar coaching | 21 verhalen‘. 

Volgend week verschijnt blog 13: ‘Een skippybal onder water duwen‘; over wat er gebeurt als we gevoelens liever niet willen voelen.

Bekijk hier het blogoverzicht.